Vorige pagina

De moeizame weg terug

Een naaiatelier in Mongolië of een timmerwerkplaats in Liberia. Uitgeprocedeerde asielzoekers die vrijwillig terugkeren, krijgen via een Limburgs experiment hulp die verder gaat dan een gratis enkeltje thuisland plus vertrekpremie.
Door Claire van Dyck

18 januari 2008

Drie vluchtelingen aan het woord: "Het is weer alleen maar overleven."

Hij had het prachtig voor elkaar. Het huurcontract voor een eigen timmerwerkplaats in Monrovia was getekend, de 1050 dollar betaald. Een kwestie van het uit Nederland meegebracht gereedschap overbrengen en beginnen maar. Totdat het huurcontract vals bleek en de werkplaats al verhuurd. Nathaniël Chieh's (37) in Nederland zorgvuldig opgebouwde toekomstdroom ligt in een klap aan diggelen.

Hij zou een eigen timmerwerkplaats in Liberia opzetten, straatjongens het vak leren en werkgelegenheid creëren. Dat zou zijn bijdrage worden aan de wederopbouw van zijn vaderland. Maar het restant van het meegekregen 'vermogen' - de sinds juni van dit jaar standaard herintegratiepremie van de Internationale Organisatie voor Migratie Nederland (IOM) voor vrijwillig terugkerende asielzoekers van 2300 euro - is ontoereikend om een nieuwe werkplaats te vinden.

Komt bij dat zijn naar Liberia verscheept werkbusje (een gift) met huisraad, bij aankomst blijkt leeggeroofd. De kist met gereedschap - meegekregen na het succesvol afronden van een timmeropleiding bij de Stichting WereldWijd in Eckelrade - staat nog steeds in depot, bij gebrek aan een veilige stallingplek. De opslagkosten lopen iedere dag op. Wat resteert is amper genoeg om van te leven, zegt Nathaniël, die zolang inwoont bij een broer. "Ik ben terug bij af. Het is weer alleen maar overleven", klinkt het desperaat door de telefoon.

De Afrikaanse werkelijkheid is rauwer dan vooraf in Nederland voorzien. Zo ervoer Nathaniël Chieh. Tot hoofdbrekens van Frank Bastiaens en Jan Vranken, projectmanager en projectcoördinator van het Limburgse experiment dat onder de naam terugkeerontwikkelingsproject (TOP) vrijwillig terugkerende asielzoekers helpt bij opleiding, vinden van huisvesting en andere praktische problemen die een succesvolle terugkeer in de weg staan.

In feite keert Nathaniël Chieh terug naar dezelfde ellende die hij is ontvlucht. Armoede, corruptie, bureaucratie, chaos. Zoveel wordt duidelijk uit de beelden van Nathaniëls eerste maand in Monrovia. Met als enige verschil dat hij een opleiding heeft genoten, een vak geleerd. Nathaniëls terugkeer is vastgelegd door de Rotterdamse filmmaker Roy Dames, die in opdracht van de NPS werkt aan een documentaireserie over terugkerende asielzoekers. In de documentaire, die maart volgend jaar wordt uitgezonden, is te zien hoe Nathaniël in de straten van Monrovia overal wordt verwelkomd. Vrienden, kennissen, oude buren en ondernemers schudden hem uitbundig de hand, slaan hem op zijn schouders, maar uiteindelijk willen ze allemaal wat van 'm. Iedereen wil een graantje meepikken. "De verwachtingen over iemand die terugkeert uit het welvarende Europa zijn hooggespannen", zegt Roy Dames.

De hereniging met zijn moeder, die Nathaniël na zes jaar weer terugziet, is gefilmd. Geen hartverwarmend welkom, maar een totaal overdonderde moeder, die stilletjes toekijkt en huilt, terwijl Nathaniël geestdriftig vertelt over zijn in Nederland behaalde diploma's en de certificaten als bewijs onder haar neus duwt. We zien Nathaniël op de markt, waar zijn zusje een mand vol groenten verkoopt. En op een plastic stoeltje onder het overstekend dak van het huisje van zijn moeder, waar hij ruzie krijgt met zijn stiefbroer. Daar blijkt dat hij het geld dat Nathaniël jarenlang opstuurde, bedoeld voor zijn moeder, grotendeels in eigen zak heeft gestoken.

Ook Nathaniëls zoektocht naar een geschikte werkplaats en de tegenslag daarbij is vastgelegd. Nathaniël zoekt uiteindelijk zijn toevlucht tot Roy's hotelkamer om in alle rust zijn resterende dollarbiljetten te tellen. En raakt in paniek: hoe krijgt hij alsnog zijn droom verwezenlijkt?

In zijn wanhoop benadert Nathaniël Chieh al zijn contacten in Nederland die wellicht iets voor hem kunnen betekenen. Bastiaens en Vranken van TOP krijgen vele, verschillende verzoeken om hulp. "Probleem is dat wij de situatie ter plekke niet goed kunnen inschatten, niet weten of zijn vraag om financiële hulp bij het huren van een werkplaats reëel is. Of zijn versie van het gebeuren een verbuiging van de werkelijkheid is, of de waarheid", zegt Bastiaens. "Het is wellicht begrijpelijk dat terugkeerders het onderste uit de kan willen, maar we zijn geen pinautomaat. Belangrijkste, maar tevens moeilijkste is het krijgen van objectieve informatie. Daarom proberen wij ook aansluiting te vinden bij lokale organisaties, ngo's ter plekke als een Cordaid die als partner kunnen fungeren."

Bij TOP dachten ze dat het case closed was met Nathaniël, een van de meest uitgebreid ondersteunde terugkeerders, gedreven, mondig en met een behoorlijk netwerk. Na drie maanden intensief overleg met Nathaniël en hulporganisaties in Liberia is besloten om Nathaniël alsnog het noodzakelijke steuntje in de rug te geven. IOM Liberia is voor bijna drieduizend euro ingehuurd om Nathaniël te begeleiden in het vinden van een werkplaats, en de huur voor een half jaar te betalen. "I'm happy, very happy", herhaalt Nathaniël eindeloos. Hij overweegt zijn busje te verkopen en met de opbrengst de huur voor minstens een jaar veilig te stellen. "Dat biedt me de kans mijn zaak rustig op te bouwen." Hierna sluit TOP het dossier Nathaniël. "Hij zal het uiteindelijk toch zelf moeten doen, we kunnen niet iemand maanden- of jarenlang aan het handje blijven houden", zegt Bastiaens.

Succesvolle terugkeer heeft vooral tijd nodig, zegt Jan Vranken. "Mensen zijn niet direct gereïntegreerd. Ze hebben vaak de eerste drie maanden een cultuurshock in reverse. Pas daarna beginnen ze langzaam aan het opbouwen van een nieuw leven." Echte succesverhalen ontbreken om die reden nog, daarvoor is het project met een jaar nog te jong.

De meest eenvoudige zaken, zoals het openen van een bankrekening, blijken al torenhoge drempels. De bureaucratie is groot, corruptie omvangrijk en medewerking van overheden traag. Zo konden de eerste Angolezen die via het project terugkeerden, zonder problemen en bijkomende kosten hun kist uit Nederland met gereedschap en huisraad inklaren. Maar toen de douaniers doorhadden dat er geld mee was te verdienen, liepen de kosten als snel op tot enkele honderden dollars.

Vraag blijft uiteindelijk hoever je met ondersteuning moet gaan, zegt Bastiaens. "Je moet ook ergens een grens trekken. Nog niet helemaal helder is waar je die scheidslijn trekt. Daarvoor is dit experiment bedoeld." Terugkeer vormt nu nog het sluitstuk van het asielbeleid. Opsluiting resulteert lang niet altijd tot uitzetting. Het aantal gedwongen uitzettingen (ruim zevenhonderd tot september dit jaar) neemt ieder jaar af. Bastiaens: "Een goed asielbeleid voorziet ook in ondersteuning bij terugkeer. Het is geen kwestie van het land uit en bedankt. We geloven heilig dat we met dit experiment op de goede weg zitten." TOP brengt alle betrokken partijen bij elkaar, bundelt informatie, heeft de contacten en functioneert als een soort helpdesk.

De realiteit in het thuisland is vaak minder rooskleurig dan voorgespiegeld. Vooralsnog ontbreekt het perspectief bij drie van de vier uitgeprocedeerde asielzoekers die een half jaar geleden in deze krant hun besluit terug te keren motiveerden. Voor Nathaniël is er zicht op economische zelfstandigheid. Voor de achttienjarige Angolese tweeling uit Maastricht en de 32-jarige Mongoolse Sara Bandi met man en zesjarig dochtertje uit het azc Echt - die allen in april terugkeerden na ruim vier jaar Nederland - is het vooral overleven. "Ik denk dat ik de verkeerde keuze heb gemaakt", zei Sara twee maanden geleden via de telefoon. "We hadden toch moeten proberen in Nederland te blijven, desnoods illegaal. Ik had niet verwacht dat terugkeer zo zwaar zou zijn. We hebben allebei geen werk. Onze dochter gaat naar school, maar drie uurtjes per dag. Ze heeft grote moeite met de taal, de andere omgeving en cultuur. We leven in een kamer, misschien nog kleiner dan in het azc. Daar hadden we nog een eigen koelkast. We hebben niet veel meer dan een tafel, gekregen van mijn moeder, waaraan mijn dochter op haar knietjes haar huiswerk maakt. Twee dunne matrasjes op de grond om op te slapen en gelukkig warme dekens meegebracht uit Nederland. Hier leven we, eten we, slapen we." Een eigen naaiatelier opzetten, zoals gepland, zit er voorlopig niet in. Het ontbreekt aan geld voor de huur van een werkruimte. Via het TOP-project is de jaarhuur van het éénkamer-appartement (900 dollar) betaald, heeft de naaister van beroep een aanvullende naai-opleiding gevolgd en machine plus patronen en stoffen meegekregen. "Ik heb al wel wat kledingstukken genaaid en ben er mee op de markt gaan staan, maar niemand die naar me keek", zegt Sara. Nu, bijna twee maanden later, is de situatie ongewijzigd. "Het is moeilijk. Wij hebben snel werk nodig, anders hebben we geen geld om eten te kopen." Ze heeft al haar hoop gevestigd op een medewerker van Agef, een partnerorganisatie van TOP, met wie ze in contact is gebracht. Hij had een baan voor Sara als opzichter in een Nederlandse weverij in Ulan Bator, maar om onduidelijke redenen is de zaak nog altijd niet rond. De lezingen van betrokkenen lopen daarover uiteen. In een mailtje vorige week aan haar COA-begeleidster in Nederland vraagt ze om geld om met haar zieke dochter ("misschien van het andere eten hier") naar een arts te gaan en medicijnen en eten te kopen. Een signaal voor Vranken om opnieuw druk te zetten achter die baan.

De Angolese tweeling Daniël en Silvo Fransisco (niet hun echte namen) lijkt vooral op zichzelf aangewezen. Ze hebben, behalve over problemen met het inklaren van hun kisten, geen contact meer met organisaties in Nederland. De tweeling bivakkeert op een kamertje in een appartement van een vriend boven een snackbar in Luanda. Ouders hebben ze niet meer. Ze hebben een baantje als vakkenvuller in een lokaal supermarktje voor een paar uur per week. Vijftig dollar per maand verdienen ze. Lang niet genoeg om in hun levensonderhoud te voorzien. Ze willen graag hun school afmaken en economie gaan studeren. Silvo: "Maar hoe gaan we onze studie en woonruimte betalen?"

Jan Vranken noemt het spijtig dat nu pas duidelijk wordt dat de jongens graag verder willen studeren. "De kunst van goed casemanagement is uit te vinden wat de terugkeerder werkelijk wil en nodig heeft. Hadden we op voorhand geweten dat studie het belangrijkste is, dan hadden we ze wellicht scholing in Angola ingekocht in plaats van een cursus elektrotechniek in Eckelrade. Daarmee waren ze beter geholpen."

Ellen Baptist is de begeleidster van de tweeling vanuit Nidos, een instelling die de voogdij over alleenstaande minderjarige asielzoekers in Nederland heeft. Zij informeerde hen over de terugkeermogelijkheden en situatie in thuisland. Het onderwerp studie bleef onbesproken. Geen kwestie van slecht doorvragen, zegt Baptist. "De tweeling was erg terughoudend met informatie over hun persoonlijke situatie, met vragen stellen en met wensen. Ik zou niet weten wat hun droom is."

Ze heeft de tweeling via TOP aangemeld bij WereldWijd toen zij na een definitieve afwijzing van de IND besloten terug te keren. De paar weken die toen nog resteerden, waren te kort om terugkeer goed te organiseren, vindt Baptist. Hun cursus elektrotechniek hebben ze met een tussentijdse toets moeten afronden. "Die termijn zou verruimd moeten kunnen worden tot een half jaar. " Ook zij onderschrijft de noodzaak van begeleiding en monitoring na terugkeer. "Dan kom je achter de werkelijke knelpunten. Daar kunnen we van leren."

Silvo laat via zijn gsm weten dat de terugkeer hen zwaar is gevallen. "In Nederland hadden we geen perspectief, we waren ongewenst. Maar wat is onze toekomst hier? Er is grote armoede, veel werkloosheid. Het gaat niet goed, ook niet slecht. We leven van dag tot dag." Nathaniël Chieh keerde na zes jaar wachten op zijn asielaanvraag in Nederland terug naar Liberia.

Bron: Limburgs Dagblad, 18/1/2008